de man met het blauwe petje
is de oppasser van de klas.
ze staan buiten – bij de poort.
onrustig –
het waait.
hij zegt: ‘het is veel werk
om de boel bij elkaar te
houden. je wilt ze toch
weer goed terugbrengen.’
‘ik denk: als t mooier weer
was geweest datwe er toch
een paar achter een pintje
hadden moeten wegtrekken’

